BrainQ therapie: herstel van het stress- en beloningssysteem

Factoren zoals troostvoeding, stress, een gebrek aan beweging, geneesmiddelen, alcohol, cannabis, porno en gewelddadige computerspelletjes hebben een negatieve invloed op de genexpressies. Hierdoor ontstaan problemen met de werking van het endorfinesysteem. 

Wat is het endorfinesysteem en wat doet het?

Het endorfinesysteem, ook wel het belonings- of stresssysteem genoemd, heeft invloed op heel veel processen in jouw lichaam. Het zorgt er bijvoorbeeld voor dat jouw stress, pijn en angsten worden geremd, dat je je kunt concentreren en motiveren en je een gevoel van geluk en beloning kunt beleven. Maar daarnaast heeft het nog een aantal andere functies zoals het ervoor zorgen dat ziektes buiten de deur worden gehouden, auto-immuunaandoeningen worden voorkomen en genezen, en je bloedsuikerspiegel stabiel blijft. Een goede werking van dit systeem is dus van groot belang.

De werking van het endorfinesysteem verloopt via 3 stoffen: endorfine, enkefaline en dynorfine. Deze stoffen werken als een soort gas- en rempedaal: 
Het gaspedaal: Endorfine en enkefaline vormen het gaspedaal van het systeem. Bij activatie van het beloningssysteem zorgen deze twee stoffen voor o.a. de afgifte van dopamine en GABA. Dopamine zorgt voor het verlangen naar, de motivatie/drive om iets te doen en GABA maakt je rustig. 
Het rempedaal: Dynorfine is de rempedaal van het systeem. Dynorfine zorgt er voor dat de werking van dopamine en GABA worden geremd zodat het systeem zich kan herstellen. Dynorfine heeft nog een taak en dat is het remmen van glutamaat. Glutamaat is een stof die vrijkomt bij stress. Te veel glutamaat is niet wenselijk. Het is namelijk een stof die zorgt voor onrust, negatieve emoties, angsten en spanningen in het lichaam.

Wanneer dit systeem goed werkt, maak je voldoende ‘geluksstofjes’ aan om te bereiken wat je wilt je je goed te voelen en is er ook voldoende afremming in het systeem om in evenwicht te blijven. 

 De 3 genoemde stoffen zijn echter erg gevoelig voor overstimulatie. Ik geef een voorbeeld met endorfine; om geactiveerd te worden moet endorfine zich eerst binden aan een endorfinereceptor. Een receptor is een soort antenne die zich op de celwand bevindt en die nodig is om een stof in de cel toe te laten waar het vervolgens zijn werk kan doen. Op de celwand zitten normaal gesproken voldoende receptoren. Maar wanneer er te veel endorfine is kunnen de receptoren het niet bolwerken en raken overprikkeld met als gevolg dat zij het aantal receptoren gaan terugbrengen. De cellen weigeren als het ware toegang tot de cel. De cel wordt dus ongevoelig voor de betreffende stof. Dit noemen we resistentie. Dit ontstaat als volgt:

Overbelasting van het gaspedaal: door te veel en te vaak een beroep te doen op endorfine en enkefaline ontstaat er overprikkeling en wordt het aantal receptoren teruggebracht. Hierdoor kan er minder dopamine en GABA worden geactiveerd. Het gevolg is dat dat we minder stress aan kunnen en minder beloning ervaren. 
Overbelasting van het rempedaal: Als er steeds gas wordt gegeven, betekent dit dat er ook steeds op de rem moet worden getrapt. Dynorfine moet overuren draaien om het systeem te herstellen. Deze overstimulatie van dynorfine leidt tot resistentie ofwel de rem werkt niet meer goed. Het glutamaat dat normaal gesproken ook door dynorfine wordt geremd, wordt niet meer geremd. Dit teveel aan glutamaat noemt men glutamaatdominantie. Zoals eerder aangegeven is dit een stof die stress, angst en pijn veroorzaak. 

Onderstaand een vereenvoudigde weergave van een endorfinesysteem in balans en uit balans:

Endorfineresistentie

Er zijn vele oorzaken voor endorfineresistentie. De maatschappij waarin wij leven vraagt veel ons en brengt veel stress met zich mee. Om deze hoeveelheid prikkels en stress te compenseren zijn wij mensen geneigd om deze stress te verdoven met ‘troostvoeding’, alcohol, medicatie, drugs, etc. omdat die endorfine, dopamine en GABA activeren en ons een goed gevoel geven. 
Zie in onderstaand schema welke factoren een rol spelen bij overprikkeling van het systeem en probeer alvast voor jezelf te bepalen welke factoren op jou van toepassing kunnen zijn.:


*) Exorfinen
Naast lichaamseigen endorfines, bestaan er ook exorfinen. Exorfinen zijn morfineachtige eiwitten die men vindt in gluten (tarwe, kamut, spelt, rogge en gerst), caseïne (melk), soja, spinazie en microbiële organismen. Exorfinen activeren endorfine en dopamine en daarmee het beloningssysteem in de hersenen waardoor men zich ontspannen en prettig voelt. Op de lange termijn veroorzaken deze exorfinen dopamine- en endorfineresistentie. Eenmaal uitgewerkt zorgen ze vervolgens voor een toename van stress. 

Tot slot zijn er nog 2 belangrijke factoren die van invloed zijn op de gevoeligheid en werking van het endorfinesysteem:

Epigenetica
Het kan zijn dat je ouders door allerlei factoren (voeding, stress, trauma), ook een probleem hadden
met hun endorfinesysteem. De aansturing van bepaalde genen kan daardoor verslechterd zijn. Bij de
conceptie kan dit overgedragen worden op het kind. Het kan dus zijn dat je bij de geboorte al een
verslechterde werking van het endorfinesysteem had.

Trauma’s
Een trauma kan zorgen voor een chronische of acute overbelasting van het endorfinesysteem. Dit geldt zowel voor lichamelijke trauma’s (ernstige verwondingen, ongelukken etc.) als voor psychische trauma’s (langdurige negatieve ervaringen in de kindertijd, misbruik etc.).
 

Herstel van het endorfinesysteem

De therapie voor het herstel van het endorfinesysteem is gericht op het behandelen volgens een chronologische aanpak. Hierbij werken we vanuit een hiërarchisch model van oorzaken en verbanden. Beloning, stressverwerking en energieaanmaak worden namelijk aangestuurd vanuit routes die met elkaar verbonden zijn. Door de aansturing vanuit een hiërarchisch model te corrigeren, kan men de problematiek aan de basis aanpakken.